vrijdag 19 juli 2013

Uitslapen

 
uit·sla·pen (werkwoord; sliep uit, heeft, is uitgeslapen) -
zo lang slapen dat men helemaal is uitgerust - door slapen laten verdwijnen: zijn roes uitslapen zie uitgeslapen
 
Wat was dat ook alweer?
Oh ja.... HEERLIJK!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten